Wat je niet had verwacht over het vrouwenlichaam… Wetenschappelijk onderzoek laat steeds duidelijker zien dat vrouwelijke lichamen minstens zo sterk zijn als mannelijke – juist dankzij hun unieke flexibiliteit. Die flexibiliteit uit zich op drie belangrijke manieren: in de stofwisseling, in beweging en in het vermogen om zich aan te passen aan grote veranderingen gedurende het leven.

Flexibelere stofwisseling

Ten eerste hebben vrouwen een flexibelere stofwisseling. Door de invloed van oestrogeen kunnen vrouwelijke lichamen makkelijker schakelen tussen glucose en vet als energiebron. Ze verbranden relatief meer vet, wat zorgt voor langdurige energie en uithoudingsvermogen. Vet wordt bovendien vaker opgeslagen in heupen en dijen (onder de huid), wat gezonder is dan de viscerale vetopslag rond de organen die bij mannen vaker voorkomt. Vrouwelijke vetcellen zijn elastischer en kunnen zich beter aanpassen aan schommelingen zoals zwangerschap, gewicht en langdurige inspanning, wat beschermt tegen ziektes als diabetes en hart- en vaatziekten (tot aan de menopauze).

Lichamelijk flexibeler

Daarnaast zijn vrouwelijke lichamen lichamelijk flexibeler. Door hogere oestrogeenspiegels hebben vrouwen vaak meer elasticiteit in spieren en bindweefsel en een grotere bewegingsuitslag in gewrichten. Dit kan bijdragen aan efficiëntere krachtontwikkeling en minder spierblessures, mits training goed is afgestemd. Het hogere blessurerisico dat vrouwen soms hebben, lijkt vooral samen te hangen met een gebrek aan specifiek onderzoek, training en ondersteuning, niet met ‘zwakte’.

Een leven lang aanpassingsvermogen

Tot slot hebben vrouwen een uitzonderlijk vermogen om zich aan te passen aan grote lichamelijke veranderingen. Tijdens de levensloop – van de start van de menstruatie totdat de overgang voorbij is, en ook tijdens zwangerschap en het herstel daarvan– past het lichaam zich steeds opnieuw aan zonder zijn veerkracht te verliezen. Sommige veranderingen leveren zelfs gezondheidsvoordelen op, zoals een mogelijk lager risico op borstkanker door borstvoeding, en het feit dat sommige atleten na een zwangerschap sterker terugkeren.

Anders, niet minder

De kernboodschap: de lichamen van mannen en vrouwen zijn anders. De een is niet beter dan de ander. De een is niet minder dan de ander. De lichamen werken gewoonweg anders. Vrouwelijke eigenschappen die lange tijd als ‘ minder’ werden gezien – vetopslag, hormonale schommelingen en gevoeligheid – blijken juist de basis te vormen van kracht, gezondheid en overleving. Flexibiliteit is geen teken van minder kracht, maar van veerkracht.

Ook het vrouwenbrein werkt anders dan het mannenbrein, niet minder, niet beter, maar anders. Iris Sommer schreef er een goed boek over. Wat een eye-opener, hè?

Voel je niet minder, maar biologisch gewoonweg iets anders

Dit had je misschien niet meteen verwacht, maar het is goed om te weten dat er verschillen zijn. En wat die verschillen zijn. Alleen biologische verschillen, geen verschillen in waarde.

In mijn praktijk voel ik wat elk lichaam nodig heeft met mijn handen.

Bron: nationalgeographic.com/health/article/female-body-strength-flexibility